Liga liegt
Het is zo goed bedoeld. De oudere dame die haar snoeptrommel opent voor mijn dochter en met uitnodigende stem zegt: ‘Pak maar.’ Mijn dochter die met glanzende en gretige ogen kijkt naar het knalroze, zoete gerei dat haar aanstaart. Thuis krijgt ze appels. Ze giert en giechelt als ze het schuimpje in haar handjes heeft. ‘Pak er nog maar eentje, hoor’, zegt de vrouw, die merkt dat het haar wonderwel lukt om hier een kind dolgelukkig te maken. ‘Nee, hoor, het is genoeg’, zeg ik. De dame kijkt me met onbegrip aan en sluit teleurgesteld haar trommel.
Inmiddels leg ik het niet meer uit. ‘Weet u, het is hier een snoepje, daar een ijsje, dan weer een koekje. Iedereen vindt het leuk om een kind te behagen met suikergoed. Kleine moeite, een zak spekjes kost geen drol bij de Wibra. Die blije blik. Daar doe je het voor. Dat lukt je niet met radijs. Maar het is bewezen dat suiker niet goed is voor een lichaam. Het breekt kostbare vitamines af. Het vervlakt de smaak. Gewenning aan mierzoet, maakt andere smaken minder aantrekkelijk. Geen wonder dat groentes onder kinderen niet populair zijn. Een wortel verbleekt bij smurfenijs.
‘Mag ze dan een liga?’ Die vraag krijg ik als ik de geglazuurde roze koek weiger. Liga is de grootste leugen die ik ken. Liga liegt. Liga is geen verantwoord tussendoortje. Liga is slimme marketing sinds 1923. In liga zit net zoveel suiker als in een theebiscuitje. En Fristi, Sultanan en Roosvicee doen aan deze gezonde mythe mee.
‘Ik wil die boterham met pindakaas,’ zegt het jochie in de trein. ‘Nee,’ zegt zijn moeder. ‘Eerst hartig dan zoet.’ Ze geeft hem een boterham met smeerleverworst. Ik wil ingrijpen en zeggen: ‘In smeerleverworst zit varkenslever, varkensspek, varkensvlees, varkenscollageen, rijstebloem, zout, gehydrolyseerde soja-eiwitten , glucosestroop, dextrose, specerijen, sorbitol, ascorbinezuur, E304 en E307, suiker, gefermenteerde rijst, gistextract, aroma en conserveermiddel E250. Smakelijk eten! Ik zou voor de pindakaas gaan!’ Maar ik zeg niks. Elke ouder heeft het recht om z’n eigen kind te voeden met onwetendheid.
Op het kindermenu staat patat met appelmoes en knakworst. Of pannenkoek met stroop. Een kind is geen onnozele kabouter die je kunt volproppen met culinaire gemakzucht. Net als taalontwikkeling, bestaat er smaakontwikkeling. Weg met de potjes en de zakjes! De Olvaritjes en de ‘in-een-hand-omdraai’- pakjes! Hoppa aan de olijven met dat grut. De bessen en de noten. En heus wel soms: Een dikke, vette ijsco!